Voorbeelden van energiebesparing thuis

Hoe doe je dat nou in de praktijk?

In september 1981 kochten wij ons huis van april 1978. Isolatieklasse 'goed' volgens de toen geldende NEN-1081 uit 1964. Slecht dus. Door isolatie, een betere installatie, betere apparatuur en effectieve verlichting ging het energieverbruik flink omlaag. Als bouwkundige kon ik mijn gang gaan. De enige belemmeringen waren de bestaande situatie en het beperkte budget. Op deze pagina wat er allemaal wel en niet gebeurde. En ook hoe het eigenlijk beter had gekund...

De basis: ISOLATIE

Met isolatie wordt het warmteverlies kleiner en besparen op warmte bespaart de meeste kosten. Bovendien wordt het huis er comfortabeler van. Isoleer zoveel mogelijk aan de buitenkant van vloer, gevel en dak. De bouwconstructie koelt dan minder snel af, waardoor de temperatuur aan de binnenkant van de constructies hoger blijft. Dat is belangrijk omdat je lichaam warmte afstraalt naar koude vlakken. Dat merk je het beste als je bij een stuk enkel glas staat. Als het temperatuurverschil tussen je lichaam (oppervlaktetemperatuur ca 31 gr C) en de koude muur of het koude glas groot is, verlies je snel warmte. Dat is onbehagelijk.
Sta je bij een goed geïsoleerde muur dan koel je zelf minder snel af en dat veroorzaakt het aangename gevoel dat we comfort noemen.

Isolatie is de oplossing voor vochtproblemen, want de hogere temperatuur op de binnenoppervlakte voorkomt dat er condens optreedt. Vocht moet niet de kans krijgen in de bouwconstructie terecht te komen en moet tijdig door ventilatie worden afgevoerd. Ventileer verstandig, dus vooral tijdens en na het (af)wassen, koken en visite want mensen produceren veel vocht.

Gevel: spouwisolatie
Het warmteverlies is het grootst waar de temperatuurverschillen tussen binnen en buiten het grootst zijn. Dus kijken we het eerst naar de omliggende wanden van de woonruimten. De kosten/baten verhouding van spouwmuurisolatie is zeer aantrekkelijk en daarmee snel terugverdiend.
Onze spouwmuur (109 m2 hoekwoning) was tijdens de bouw met 30 mm glaswol geïsoleerd. Maar hoe goed was dat gedaan…? In oktober 1982 heb ik daar nog PUR-schuim bij laten spuiten, zodat ook de naden en kieren goed dicht waren. Dat kostte destijds fl 2.508,09 incl. BTW ofwel fl. 23,09 per m2 (excl. subsidie!)

Het heeft in de loop der jaren veel opgeleverd, maar het zou eigenlijk anders moeten: de hele voor- en achtergevel vervangen door een extra geïsoleerd bouwelement zoals nu bij renovatie gebeurt, en tegen de kopgevel een extra isolerend nieuw gevelelement. Dat laatste kan altijd nog…

Boekenkast en klimop als extra isolatie
Het grote muurvlak op het noordwesten wordt grotendeels bedekt door een boekenkast van 3,00 m breed en 2,40 m hoog. Dat is een vorm van (binnen)isolatie. Toen aan de buitenkant een klimop begon te groeien heb ik die zijn gang laten gaan. Het werkt ook als extra isolatie omdat de afkoelende luchtstroming langs de gevel afgeremd wordt. Later heb ik die klimop toch verwijderd omdat ik elk jaar de bovenkant moest snoeien om hem niet onder de dakpannen door te laten groeien.

De onderkant van een buitenmuur is altijd een koude plek. Er zijn koudebruggen en de warme binnenlucht heeft moeite om er bij te komen. Het is hetzelfde als er een bank of bergkast die tegen zo’n muur staat. Er kunnen dan gemakkelijk schimmelplekken ontstaan. Droog houden en zo nu en dan schoonmaken is de enige oplossing.

Verbetering per m2 door isolatie van glas en muur (k is nu U)Extra spouw-isolatieBoekenkast als binnen-isolatie

De keuken
Onze keuken was half-open, maar dat heeft nadelen. Een keuken moet niet warm zijn dus een radiator is overbodig. Een ruime keuken is leuk, maar overbodige loopruimte is onhandig. De koude NW-muur isoleerde ik achter de kastjes en tegels op dezelfde manier als de vloer: met 45 mm steenwol, afgedekt met spaanplaat. Een houten tussenwand met deuropening naar de woonkamer gaf ruimte voor meer kastjes en werkbladen rondom met ruimte voor apparaten. Alles bij de hand.

Buitendeuren
De entree-pui aan de koude NO-gevel bestond vooral uit enkel glas. Dat gaf natuurlijk wel licht, maar was in de winter vreselijk koud. Het glas uit de voordeur werd vervangen door isolatiemateriaal waarop aan de buitenkant hardhouten schrootjes kwamen en aan de binnenkant triplex. Dat zelfde deed ik in de borstwering naast de deur.
De gefigureerde ruit naast de deur werd gehandhaafd, maar aan de binnenzijde kwam een extra ruit. Het bleef een koude hoek. Een tijdlang hing er in de winter ‘s nachts een dik gordijn voor. Ook heb ik de kier-afdichting verbeterd door een betere aansluiting van de deur op het kozijn en een dubbele tochtstrip. Het glas naast de voordeur heb ik later vervangen door Triple HR+++ glas met een U-waarde van 0,6. De gefigureerde ruit wilde ik handhaven maar brak bij het verwijderen. Daar komt nu veiligheidsglas in als vierde ruit. Bedenk dat glas NIET isoleert, maar de extra spouw bij de voorzet-ruit zorgt voor twee extra overgangsweerstanden. De U-waarde wordt dan 0,52 vergelijkbaar met de na-geïsoleerde buitenmuur.

Buitenberging spt 2010
Vanwege de kou in de entree probeer ik alles daar zo goed mogelijk te isoleren. De holle honingraat binnendeur naar de berging is niet optimaal geïsoleerd, maar de tussenmuur er naast wel. De houten wanden van de berging zijn volgezet met 90 mm isolatiemateriaal (50 mm steenwol en 40 mm geëxpandeerd PS) en afgewerkt met gipsvezelplaat. Bovenop de vernieuwde dakbedekking (gemodificeerde bitumen) ligt 50 mm geëxtrudeerd PS isolatie (neemt geen vocht op) dat is afgedekt met betontegels en het grind dat van het oude mastiekdak is overgebleven. Het plafond is afgewerkt met 25 mm wit gespoten platen houtwolmagnesiet. De enig juiste binnenisolatie onder een plat houten dak.

 

keuken isolatieEntreepuiBerging isolatie buiten

Glasisolatie
Ondanks de isolatieklasse ‘goed’ had onze woning uit 1978 nog overal enkel glas! Daar gaat per m2 jaarlijks 60 m3 gas doorheen. Op 2 nov ’81 liet ik de drie elementen van de aluminium schuifpui (3,60 x 2,40 m = 8,64 m2) vervangen door elementen van dezelfde fabrikant met dubbel glas (kosten fl. 2.045,-). Het was een ‘goedkope’ oplossing want het glas had een spouwtje van slechts 9 mm en de aluminium omranding was niet geïsoleerd. Er ontstond regelmatig condens op de binnenkant dat in een gootje werd opgevangen zodat het weer kon verdampen. Vervelend en vervuilend.
Pas 20 jaar later heb ik de complete pui alsnog laten vervangen door een kunststof schuifpui in twee delen met (zon- en warmtewerend) HR++ glas (U-waarde 1,1 m2K/W). De oude pui staat opgeslagen voor gebruik bij de bouw van een eventuele serre…

Alle ruiten vervangen door dubbel glas was duur en ging mijn budget te boven. Ik monteerde daarom aan de binnenkant van het kozijn voorzetruiten met Isovitre-strips. Zo ook de ramen op de slaap- en zolderverdieping. Toch nog voor totaal fl. 1061,68. Later verving ik van het raam in de keuken en in de kopgevel van de woonkamer het enkele glas alsnog voor HR+ dubbel glas, voor extra isolatie van die koude gevels.
Toen een buurman zijn kozijnen van de zolder verving, gebruikte ik het dubbel glas daarvan en had toen ook op die plaats driedubbel glas.

Kort voor de zomer van 2010 liet ik alle houten kozijnen van de slaapverdieping vervangen door kozijnen van kunststof, met daarin HR++ glas. (U-waarde 1,2 W/m2.K). Nooit meer schilderen en weer een forse verbetering van de isolatiekwaliteit op de slaap en werk(!)vertrekken. Vooral de werkvertrekken vereisten verbetering omdat we beiden na onze (flexibele) pensionering veel tijd in die werkkamers doorbrengen.
De voorzetruit van het raam in de kopgevel op de verdieping gebruikte ik opnieuw en plaatste die toch weer tegen het nieuwe kunststof kozijn. Daar zit nu dus HR++ glas met een voorzetruit!

Al deze isolatiemaatregelen houden niet alleen de kou buiten, maar ook insecten en GELUID! Dat is een behoorlijke bijdrage aan het comfort in de woning. (Een advies voor mensen die menen dat ze last hebben van windmolens op 300 m afstand: isoleer eerst je huis naar de huidige normen. Probleem uit de wereld.)

Aluminium schuifpuiKunststof schuifpui met HR++ glas U=1,1Nieuwe kunststof kozijnen verdieping met HR++ glas

De vloer
De betonvloer had tussen de ribben ingestortte isolatie van slechts 50 mm dikte. Boven op de betonvloer maakte ik een extra geïsoleerde houten vloer en verving tegelijk de keuken. Op de betonnen vloer kwam PE-folie waarop houten regels (28 x 45 mm) gevuld met steenwolplaten. Dan weer PE-folie erop en een 19 mm spaanplaat vloer met kurk als afwerking. De vloer ging totaal 68 mm omhoog. Later legde ik nog laminaatparket op het slordig geworden kurk.
De scharnieren en de tussendorpel van de stalen deurkozijnen bracht ik omhoog zodat de deuren hetzelfde konden blijven. De onderste traptrede was eerst iets hoger en is nu iets lager dan de anderen.
(Achteraf denk ik wel: had ik toen maar tegelijk vloerverwarming aangelegd!)

De bodem
De bodem van de kruipruimte liet ik (door Koston – Weesp) vol leggen met kussens van in folie verpakte Thermoparels zodat de kruipruimte minder koud werd en geen bodemwater/vocht meer kan verdampen. ‘Bodemhygrolatie’ heet dat. Door de actie werd de vochtige koude bodem afgedekt, waardoor er minder warmte naar beneden verloren gaat. Volstorten met schelpen schijnt ook te helpen. Maar dat kan ik niet uitleggen. Alle water- en rioleringsleidingen blijven op deze manier bereikbaar.
Een vloer is nooit dampdicht, terwijl de afzuiginstallatie wel voortdurend lucht aanzuigt, die door allerlei gaten in de vloer ook uit de altijd vochtige kruipruimte komt. Denk aan kruipluiken, leiding-doorvoeren en de meterkast-put. Verdampend vocht gebruikt warmte en die warmte kan alleen maar uit het verwarmde huis komen.

foto vanuit de ongeisoleerde kastvloerKunststof kussens gevuld met PS-parels op de bodem

Dakisolatie
Het schuine dak bestond uit ‘geïsoleerde’ Tpur-24 dakplaten. Wat stond voor vlasvezelplaten met 24 mm PUR-schuim er op. Veel te dun.
Op 2e kerstdag 1981 isoleerde ik het dak aan de binnenkant met 100 mm glaswol met een aluminium dampremfolie aan de binnenzijde. De R-waarde ging daardoor met 2,5 W/m2K omhoog. Pas later werkte ik de binnenkant af met gipsplaten die van een sloopklus waren overgebleven. (Zo komt Jan Splinter door de winter).
De kleine zolderberging sloeg ik over. Dat zou ruimte kosten en zo kon ik later nog makkelijk bij de leidingen van de zonnecollector en de PV-panelen. En zo kon ik bijgaande foto maken. Een gordijn als afsluiting is ook een oplossing.
De isolatiekwaliteit bepalen met een infrarood camera is een goede methode om lekken en koudebruggen op te sporen. Maar sneeuw op het dak geeft het ook duidelijk aan. Slecht geïsoleerde plekken worden feilloos weergegeven en zijn voor iedereen zichtbaar. Links is ons dak. De zolderkamer wordt niet verwarmd, maar is nooit koud door de opstijgende warmte vanuit het trapgat. Te zien is dat de zolderberging nabij het trapgat en grenzend aan de buren niet goed geïsoleerd is. Ook te zien is dat de betonnen bouwmuur aan de bovenkant isolatie behoeft!
De houten schuur / garage achter in de tuin (een enorme in 6 weken zelfgebouwde luxe!!) wordt niet verwarmd, maar wanden en dak zijn volledig geïsoleerd met 90 mm mineraalwol. Alleen het aluminium raam (aan de tuinkant) is niet geïsoleerd.

onder de gordingen is de aluminium damprem zichtbaar Bij sneeuw wordt nut isolatie zichtbaar

Verwarming & warm water
Bij de koop in najaar 1981 was het huis 3,5 jaar oud. Er stond een simpele CV-ketel en er hing een grote badgeiser voor warm water. De geiser verving ik snel door een ‘spaargasboiler’. Een tijdelijke oplossing, want niet echt zuinig.
Er woedde begin jaren ’80 een discussie over de agressiviteit van condenswater uit de toen nieuwe HR-ketels. Onnodig bleek later. Toen in febr ’93 de boiler lek raakte, verving ik de hele installatie door een ATAG HR-combi-ketel met zonneboiler (120 ltr) en collector van Luigjes. Een zeer goed besluit! Ik bespaarde er na alle eerdere maatregelen nog eens 600 m3 gas per jaar mee!
Leidingen moeten wel zoveel mogelijk geïsoleerd worden om de warmte (alleen) daar te krijgen waar die nodig en bedoeld is.
De manier waarop het voorraadvat van de zonneboiler is opgehangen boven het trapgat, zodat daarvoor geen zolderruimte nodig was. Ideaal, want onderhoud heeft zo’n vat niet nodig.

Optimale verwarming
De cv-warmte moet zo efficiënt mogelijk in ruimteverwarming worden omgezet. Voor de schuifpui stond een convector. Een paneelradiator is beter omdat die ook nog stralingswarmte veroorzaakt. Omdat door de grote capaciteit (waardoor met lagere temperatuur meer warmte wordt afgegeven) ook convectie ontstaat moet die zo goed mogelijk gestuurd worden. Bovendien moet de straling naar de kamer en niet door het glas naar buiten. Daarvoor dient het stralingsscherm tussen de radiator en het glas. De vensterbank die daardoor mogelijk werd stuurt de opstijgende lucht zoveel mogelijk de kamer in.
Een goede elektronische thermostaat is natuurlijk een vereiste. Stel die zo zuinig mogelijk in. Als het warmer moet worden kun je dat het beste met de hand instellen in plaats van automatisch te laten doen ook als je er niet bent. Automatisch uit en handmatig omhoog is de beste instelling.
In de uitgebouwde badkamer legde ik vloerverwarming aan op de houten balken met betonnen laag op zwaluwstaartplaat. De ruimte tussen de balken werd volledig gevuld met steenwol. Vloerverwarming had ik in de woonkamer ook moeten aanleggen toen ik daar de betonvloer (met 50 mm ingestort PS-schuim) van een geïsoleerde houten dekvloer voorzag. Maar ik was toen bang dat de extra 45 mm dikke vloerisolatie daarvoor onvoldoende zou zijn.

ruimte voor het voorraadvat warmwater van de zonneboilerradiator met scherm en vensterbank, de warmte gaat richting woonkamerAutomatisch uit, met de hand omhoog indien nodig.

Bakken, braden, koken en ventileren
De mechanische afzuiging werd gebruikt voor de motorloze wasemkap boven het kooktoestel. Wel werd de standaard gloeilamp vervangen door een 8 Watt TL-buisje. De ventilatie is helaas niet voorzien van warmteterugwinning. Dat is te merken aan de gesmolten sneeuw bij de uitblaas opening in het dak…
Ventileren is noodzakelijk om het vocht uit huis te verdrijven. Dat vocht zou anders telkens opnieuw mee opgewarmd moeten worden. Er is geen andere manier dan ventileren, want muren kunnen niet ademen. “Ze hebben namelijk geen longen” zei bouwfysicus Bob Vos in de jaren ’80 al.
Omdat het gas van ons gasfornuis regelmatig uit ging (bij zachtjes pruttelen) gingen we elektrisch koken, maar dan wel op inductie. En de magnetron was een goede vervanger van de elektrische oven.

Elektrische apparatuur
We kochten een vaatwasser die geschikt was om op de warmwaterleiding te worden aangesloten, zodat we zouden profiteren van de zonneboiler. De vaatwasser had bovendien een programma zonder verwarming, waardoor de elektrische verwarming niet gebruikt hoefde te worden.
De koel-vries combinatie kozen we op de afmeting (hij moest tussen de kastjes passen) en de energieprestaties. Hier zit de bediening op een goed zichtbare plaats. De volgende zal nog weer zuiniger zijn…
De wasmachine is zowel op een koude als warme leiding aangesloten. De Miele ‘AllWater’ bepaalt zelf of hij warm of koud water nodig heeft. De warme leiding komt van de zonneboiler.

Tip van een wasprofessor:
Prof. Paul Terpstra doet al meer dan dertig jaar onderzoek naar wasmachines. “Alle nieuwe apparaten zijn zeer zuinig, daar valt weinig winst meer te halen. Maar de gebruikers kunnen nog veel besparen. Doe de machine goed vol.”

motorloze afzuigkap op de mechanische afzuigingelektrisch kooktoestel, maar wel inductieVaatwasser op warm water van zonneboilerwasmachine kiest zelf koud water of warm water vd zonneboiler

Werk- of sfeerlicht: TL of spots
De tafel in de woonkamer is zowel werktafel als eettafel. Die verschillende sferen vergen beiden andere verlichting. Dat werd mogelijk door een wisselschakelaar aan de lampconstructie. Oorspronkelijk maakte ik deze hanglamp voor 2 TL lampen van 36 W en 4 kopspiegel-spots van 40 W. Na een aantal keren aanpassen zorgt nu één warmkleurige 32 Watt HF-TL-lamp voor uitstekend werklicht. De wisselschakelaar stelt op verzoek 4 of 2 dimbare LED-spots van 4 W in werking. De 4 LED’s zijn dus zuiniger dan de toch al zuinige HF TL-lamp.

De algemene werkverlichting in de keuken is een warmkleurige 18W TL. De overige verlichting in de keuken bestaat uit LEDs: spots boven het aanrecht en drie strips onder de bovenkastjes. Naar wens in te schakelen.

Werk- of sfeerlicht 2: TL of spots
In de berging hangt een LED-lamp van 6 Watt. Voor werklicht kan met de stekker worden overgeschakeld op een 18 Watt TL.
Voor een inpandige donkere kast zoals de meterkast of de kast onder de trap, is een schakelaar voor kastverlichting een uitkomst. Schakelt simpel aan en uit met het openen en sluiten van de deur. Hier de meterkast met een 2 Watt LED-lampje.

Plafoniers
Er zijn maar weinig goede lampen voor aan het plafond te koop. Vrijwel altijd zit er een veel te dichte kap onder die een groot deel van het licht ongewenst dimt. In de entreehal hing jarenlang een zeer efficiente circlelight van OSRAM. Helaas liep regelmatig iemand tegen de lamp omdat het plafond onder de badkamer verlaagd was.
In de badkamer hangt al jaren tot volle tevredenheid een bulleye. Wel met telkens zuiniger lampen. Eerst een spaarlamp, nu met een LED-lamp.
Er was een redelijk goede plafonier verkrijgbaar. Goedkoop en er kon een spaarlamp / LED-lamp in. Dat werd de standaard hier in huis.

Twee soorten licht in één lamp. TL-werklicht of LED spotsLED-strips onder bovenkastjes keukenkastverlichting in meterkastplafonier waar ook nog licht uit komt

Verlichting – vervolg
Met een zogenaamde uplight is veel te besparen. Een standaard d-h-z uplighter is vaak voorzien van een 300 Watt halogeenlamp en vreet stroom. Deze had ik voorzien van een spaarlamp van 18 W, maar daarna een prachtig werkende LED-lamp van 7 W.

Op de overloop van de verdieping verschoof ik het lichtpunt naar de onderkant van de bovenste trede naar zolder. Op die manier verlicht één tl-buisje van 8 W al jaren het hele trappenhuis!

De badkamer grensde voorheen aan een inpandige loze ruimte boven de uitgebouwde entreehal. Die ruimte trok ik er bij en zo kon er een dakraam in voor daglicht (en ventilatie). En voor een bad. Een luxe voorziening die slechts zelden gebruikt wordt. Net als de twee halogeen-spotjes er boven. Maar het bad paste goed in de voorheen loze ruimte.
Let op de wand-afwerking: platen van houtwolmagnesiet aan plafond en schuine wand dempen het geluid en reguleren de vochthuishouding uitstekend! Ventilatie blijft nodig, maar als de douchewanden met een wisser droog gemaakt worden gaat het meeste vocht er uit via het afvoerputje dat daarvoor gemaakt is! De rest van het vocht kan er via de ventilatieopening van het dakraam uit.

Sfeerlicht: LED’s ipv halogeen!
Een armatuurtje uit de d.h.z. zaak bevat 35 of 50 W halogeenlampjes. Daar past ook een 7 W spaarlampje in. Maar ook een LED spotje van 1 Watt! Dat loont de moeite als het er meerdere zijn.

Het sfeerlampje was bedoeld voor een 25 W gloeilampje. Er zat een tijdlang een spaarlampje in van 5 W, maar nu een 2 W LED lampje.
Een extra leeslampje bevatte in de winkel een halogeen-spotje van 35 W. Nu een LED lampje van 1 Watt.

Uplight met LED naast olielamp van vroeger thuis...daglicht is ook licht
LED in plaats van halogeen bespaart enorm
sfeerlampje niet bedoeld voor fel licht, dus kleine LED
leeslampje op de juiste plek met LED 1 Watt

Werklicht: LED-tl
De tijdelijke werkplek in de boekenkast heeft nu 2 LED-stripjes van 1,5 Watt.
Een werklamp met 60 LEDs bleek een prima ding voor 15 euro bij Blokker.
Een LED-bureaulamp van de ALDI aanbieding bleek een topper en werd hier de standaard. Uitstekende warmkleurige werkverlichting voor een paar tientjes. Fijn dat zuinig zo goedkoop kan zijn!

LED-strips kleine afmeting, veel licht op werkplek
Werklamp met LED's ipv veel halogeen vermogen
Bureaulamp met LED strip: klein maar fijn

Energie van de zon
De zonnecollector voor warm water ligt er al sinds 1993, maar natuurlijk was ik er als de kippen bij toen photovoltaïsche zonne-energie (PV) door subsidie betaalbaar werd.
SunPower met OK4 waren in augustus 2001 de eerste 4 panelen. De OK4 omvormers achterop de panelen zijn later vervangen door een Soladin-600 omvormer.
De tweede serie PV-panelen was van de NUON actie ‘Je Eigen Zonnecentrale’ (JEZ). Ik monteerde ze op 2e Pinksterdag 2003 op dak. De Soladin-120 omvormers zijn technisch zwak, één was er al snel defect. Ze zijn alleen nog via Marktplaats te koop. Kwetsbaar spul.

De PV-panelen (totaal 820 Wp) wekken nu samen ca. 680 kWh per jaar op, 0,83 kWh per Wp. Dat kan beter, maar ‘s morgens is er schaduw op het ZW dak en aan het eind van de middag veroorzaken de veel te hoge bomen schaduw op het dak. Geen rekening mee gehouden bij de bouw in 1978. Toen ik het huis in 1981 kocht waren de boompjes nog klein. Ze zijn m.i. duidelijk aan vervanging toe!

Eigen energie van de zon
Zonne-energie is natuurlijk ook om gewoon van te genieten. Als er geen serre of veranda kan of mag, moet het maar met voorzieningen van de tweede keus, zoals een tent-terrasoverkapping die tegelijk als permanente zonwering dienst doet. Want dat is in de zomer ook belangrijk. De oude zonwering (uitvalscherm) is stuk maar niet meer nodig sinds deze tent en het zonwerende hoog-isolerende HR++ glas!

actieve zonne-energie, zowel warmte als elektriciteitin plaats van een veranda of serre

De meterkast
In de meterkast zijn extra groepen aangebracht met randaarde voor het gebruik van computers in de werkkamers, voor de garage/schuur in de achtertuin en voor de elektrische apparatuur in de keuken. De 8 zonnepanelen zijn met een stekker in een wandcontactdoos op zolder aangesloten op 2 verschillende bestaande groepen. De slimme meter registreert het verbruik en de teruglevering zowel hoog als laag tarief. Ik word afgerekend voor het enkele tarief. Het groene energiebedrijf Greenchoice heeft een gunstige regeling voor teruglevering van zonne-stroom.
De meterkast is ook de plaats waar de voorraad reserve- en experimentele lampen een tijdelijke plaats hebben. En natuurlijk wordt alles geregistreerd. Hoe zouden we anders moeten weten wat we besparen?!

Huidig energie- en waterverbruik
In 2014 was ons jaarverbruik 1094 m3 gas, 1774 kWh (na aftrek zonne-energie) en 72 m3 water.
Bedacht moet worden dat we met twee mensen dagelijks thuis (met computer, licht en verwarming aan) aan het werk zijn in onze werk/studeerkamers, tot 2005 de slaapkamers van de kinderen waarvan de convectoren waren geïsoleerd (!)
De zonnepanelen brengen jaarlijks gemiddeld ca 680 kWh op. Per Wp-vermogen is dat 0,83 kWh. In 2014 kwamen we boven de 700 kWh.
Op verzoek is een Excel-file beschikbaar om zelf uw eigen verbruik op dezelfde manier bij te houden.

Groepenkast Elektriciteit tot 1 apr 2014Slimme meter Elektriciteit per 1 apr 14meten is weten!

Optimale isolatie
Het zijn juist de wat oudere woningen die bij de bouw niet of slecht zijn geïsoleerd. Bewoners hebben – net als ik – kansen om op voordelige wijze hun woning energiezuiniger te maken. Maar goedkoop moet geen duurkoop worden. Bijgaande foto’s zijn van een ‘Stroomversnelling’ project: 50 huurwoningen in Heerhugowaard zijn vernieuwd tot ‘energie-nul’ woningen door een compleet nieuwe goed geïsoleerde schil met zonnepanelen, een nieuwe installatie met warmtepomp voor verwarming (vloerverwarming) en warm water en balansventilatie met warmteterugwinning. De bewoners blijven hetzelfde betalen en verdienen zo de investering terug.

Met mijn actuele kennis zeg ik nu:
Maatregelen voor besparing op het gebruik van energie (warmte en elektriciteit) moeten gericht zijn op het doel: nul verbruik op de meter. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat je blijft hangen in (te) kleine stapjes die je in een later stadium opnieuw en beter moet uitvoeren. Dat is de actuele situatie bij de ‘early adapters’, mensen die al vroeg maatregelen namen die achteraf bekeken niet ver genoeg gingen.

Renovatie 50 huurwoningen Heerhugowaard: extra schil, met PVRenovatie 50 huurwoningen Heerhugowaard: optimale isolatie en installatie.Resultaat achterdakResultaat straatgevel
Zonnepanelen op het nieuwe achterdakNieuwe installatie: prefab, tegen achterkant woning

Subsidie
In de loop der jaren heb ik uiteraard gebruik gemaakt van de beschikbare subsidieregelingen. Het meest nog van de Non-Profit regeling uit de jaren ’80 bij de isolatiemaatregelen. Maar ook van andere regelingen bij het vervangen van de oude ketel en het plaatsen van de zonneboiler in 1993. De EPR was goed bij latere isolatie van de schuifpui (kunststof en HR++ glas U=1,1), de kozijnen van de verdieping (HR++ glas U=1,2) en de tweede set van 4 zonnepanelen.

Wordt ongetwijfeld vervolgd . . .
(laatste wijziging 6 jan ’15)