Columns WindNieuws

De vereniging ODE (Organisatie voor Duurzame Energie nu ODE-decentraal) is uitgever van het Magazine ‘WindNieuws‘. Als hoofdredacteur – en enkele jaren voorzitter van ODE – schreef ik een intro over wat m.i. op dat moment maatschappelijk aan de orde was op het gebied van duurzame (wind)energie. Verbazend genoeg blijken veel van deze teksten nog steeds actueel. Daarom zijn ze hier nog eens terug te lezen.

2004-1: Een wereld te winnen
2004-2: Tussen droom en daad…
2004-3: Media in de wind
2004-4: Wind spaart grondstoffen
2004-5: Ontbreekt
2004-6: Polarisatie
2005-1: Kosten en baten
2005-2: Verantwoordelijkheid nemen
2005-3: ‘Broodje aap’ verhalen
2005-4: Energierapport: amper voldoende
2005-5: “CPB kraakt beleid duurzame energie”
2005-6: Wind wekt iets moois op

De intro’s van de jaren 2006 t/m 2010 in één pdf: CB-in-WN-5jr
Daarna deed ik het om en om met een andere gastschrijver.

2011-2: Feiten en verwachtingen
2011-4: Hoogmoed komt voor de val
2011-6: Onder ingenieurs
2012-2: Een klimaat van verwarring
2012-4: Over de doelmatigheid van overheidsmaatregelen
2012-6: Een lange adem

Ook in het 2x per jaar verschijnende ledenmagazine ‘BODE’ (Berichten Over Duurzame Energie) schreef ik ten tijde van mijn voorzitterschap een intro.
De BODE-intro’s:

2004-2: Het zilveren jubileum
2004-2: Column: Kyoto gered, transitie kan starten
2005-1: Met het oog op de toekomst
2005-1: Column: De kern van de vraag
2005-2: Stoppen met krabben
2006-1: Duurzaam, mooi en schoon
2006-2: Het is NU tijd voor de omslag
2007-1: Windcoöperaties geven burgerinitiatief inhoud
2007-2: Het klimaat, de verwarring en de oplossing

 

Als voorbeeld één van de intro’s in WindNieuws:

(WINDNIEUWS 2006-3, mei 2006)

AANVALLUH!

Na elke publicatie over windenergie klimmen weer een aantal hardnekkige leden van zogenaamde Kritische Platforms in de pen. Zonder enige zelfkritiek worden de meest vreselijke dingen neergepend. Na een artikel in het Noordhollands Dagblad waarin directeur Arthur Vermeulen van Groenraedt zijn visie ‘Elke wijk een eigen windmolen’ verwoordt, reageert Nico Laan uit Venhuizen met:

“In plaats van het theoretische vermogen van 21 MW zullen deze molens maximaal 3,4 MW produceren, niet de beloofde 2500, maar 405 gezinnen zullen (soms, als hij draait) van elektriciteit worden voorzien.”

Niet iedereen beschikt over voldoende detailkennis om de onzin van het bovenstaande te doorzien. Daarom even het volgende:

Windturbines hebben een generator met een vastgesteld ‘nominaal’ vermogen. Er ontstaat pas productie als de factor tijd daaraan wordt toegevoegd. Elektriciteit wordt niet voor niets aangeduid in kW (vermogen) en h (uren). Samen geeft dat ‘energie’ in de eenheid kWh die we kennen van onze energiemeter en de energierekening.

Van windturbines is de productie te berekenen met een formule waarin het rotoroppervlak (de cirkel die de wieken maken) en de gemiddelde windsnelheid ter plaatse (op ashoogte) de belangrijkste grootheden zijn. Vermenigvuldigd met een factor waarin allerlei technische zaken zijn samengebald rolt er dan een jaarlijkse hoeveelheid kWh uit de berekening. Die uitkomst kan op elk moment aan de praktijk worden getoetst, want van windturbines is de jaarproductie bekend of eenvoudig te achterhalen.

Nu weer terug naar het ingezonden stuk van onze kritische briefschrijver.

Hij brengt het vermogen terug van 21 naar 3,4 MW, zonder er een reden of formule bij te geven. Hij heeft waarschijnlijk het boekje gelezen van de alom bekende H. Halkema die ook al niets van windenergie begreep en er daarom niet in wilde investeren. Hij verwart in die ene zelfde zin het vermogen met de productie. Vermogens worden niet geproduceerd. Die zijn in de generator ingebouwd en dus aanwezig, maar er kan geen gezin van rondkomen. Ook een auto komt er niet mee van zijn plek als het vermogen niet een bepaalde tijd wordt gebruikt.

Om van kW’s kWh’s te maken is een tijdfactor nodig. Er moeten draaiuren gemaakt worden. Een centrale levert min of meer continue, een auto rijdt slechts een zeer beperkt aantal uren per jaar. Van een windturbine is het aantal uren variabel, maar als rekeneenheid bekend. Ook de gemiddelde windsnelheid kan worden bepaald en zo kan worden berekend waarop de gemiddelde jaarproductie uit komt. Op de stroombehoefte van 2.500 gezinnen in dit geval. Maar in de verwrongen geest van het kritische KP lid rolt daar een heel ander resultaat uit. Niet gemotiveerd en daardoor niet te controleren, maar wel fout. Sterker, hij denkt dat het nog minder is want hij gaat uit van zijn eigen beperkte verstandelijke vermogens. Hij denkt dat windjongens geen verstand van wind hebben en dus geen rekening houden met perioden van windstilte. U en ik weten beter.

“Windmolens leveren niks op. Ze draaien alleen op subsidie. Ze kosten meer dan ze opbrengen. Ze maken lawaai en het is water naar de zee dragen. Er is energie zat.”

In het vervolg gaan we dit soort fabels duidelijker bestrijden en mensen die dit soort onzin uitkramen te kijk zetten.

Cees Bakker,
Voorzitter van ODE